Artikel

Van grensoverschrijdend gedrag naar respect:

cultuurverandering in een mediaorganisatie

Rita van Dijk en Alex Straathof, februari 2026

Een regionale mediaorganisatie met ongeveer honderd vaste medewerkers en zeventig freelancers kampte jarenlang met grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer. Hoewel er geen formele klachten waren ingediend, liet een recent tevredenheidsonderzoek onder medewerkers een zorgwekkend beeld zien. Medewerkers meldden intimidatie, harde grappen en discriminerend taalgebruik. Vooral jongere collega’s en nieuwkomers voelden zich onveilig. Voor het managementteam was dit aanleiding om een cultuurdiagnose te laten uitvoeren en een verandertraject te starten.

De organisatiecultuur had zich in de loop der tijd ontwikkeld. In de beginjaren bouwde de organisatie een reputatie op met gedurfde, prikkelende journalistiek. Informele en soms harde omgangsvormen werden gezien als onderdeel van die identiteit. Later kwam de organisatie in een moeilijke financiële periode terecht, met reorganisaties en ontslagen. Veel medewerkers voelden zich in die fase onvoldoende gesteund, wat leidde tot wantrouwen richting het management en een cultuur waarin problematisch gedrag zelden werd aangesproken.

In de praktijk uitte deze cultuur zich in grove grappen over vrouwen, etniciteit en seksuele oriëntatie, woede-uitbarstingen onder tijdsdruk en het ‘testen’ van nieuwe collega’s met vernederende opmerkingen. Een invloedrijke afdeling met een sterke interne status speelde een belangrijke rol in het in stand houden van deze normen. Terwijl veel medewerkers dit soort onderlinge plagerijen als onderdeel van de werkcultuur beschouwden, hadden anderen er last van, maar spraken zich daar zelden over uit.

"Verandering is moeilijk. Maar ik had nooit gedacht dat het zo moeilijk zou zijn."
Sjoerd (43), Manager

Het veranderproces begon met een cultuurdiagnose op basis van interviews met medewerkers en leidinggevenden. De bevindingen werden organisatiebreed besproken, waardoor voor het eerst zichtbaar werd hoeveel mensen geraakt waren door het heersende gedrag. Deze gesprekken vormden een kantelpunt: medewerkers die eerder zwegen, kregen een stem en gebeurtenissen uit het verleden werden bespreekbaar.

Vervolgens werd een reeks interventies ingezet. Leidinggevenden kregen leiderschapstraining en werden geëvalueerd via 360-graden feedback. Teams gingen met elkaar in gesprek over wat acceptabel gedrag is en waar duidelijke grenzen liggen. Vertrouwenspersonen werden beter toegankelijk gemaakt, teamoverleggen opnieuw ingericht en er werden structureel één-op-één gesprekken tussen leidinggevenden en medewerkers ingevoerd. Ook het wervingsbeleid werd aangepast, zodat nieuwe medewerkers beter aansluiten bij de gewenste cultuur.

Na achttien maanden geven medewerkers aan dat de sfeer merkbaar is verbeterd. Harde grappen en verbale uitingen zijn sterk afgenomen, en leidinggevenden grijpen sneller in wanneer zich incidenten voordoen. De organisatie bevindt zich inmiddels in een fase waarin een nieuwe, veiligere subcultuur is ontstaan, die zich geleidelijk verder kan verspreiden binnen de organisatie.